Balkans-19-Srebrenica: When the World Looked Away (Nederlands)
▶ Watch on StoryloDe doden kunnen niet spreken. Het is de plicht van de levenden om te onthouden. In de zomer van 1995 was Bosnië al meer dan drie jaar in oorlog. Hele steden waren verwoest. Miljoenen waren hun huizen ontvlucht. Gezinnen waren gescheiden. De wereld had het conflict op televisie zien ontvouwen. Toch, ondanks ontelbare vredesonderhandelingen, ging het vechten door. Diep in het oosten van Bosnië, dicht bij de Servische grens, lag het kleine stadje Srebrenica. Voor de oorlog was het een gewone plek. Kinderen wandelden naar school. Buren groetten elkaar op straat. Markten vulden zich met gezinnen die voedsel voor de komende week kochten. Zoals in zoveel steden in Bosnië, probeerden mensen gewoon een gewoon leven op te bouwen. Terwijl de oorlog zich verspreidde, vluchtten duizenden Bosniak-burgers naar Srebrenica. Ze geloofden dat het daar veiliger zou zijn. De bevolking groeide snel naarmate vluchtelingen arriveerden, met weinig meer dan een paar bezittingen. Voedsel werd schaars. Medicijnen waren beperkt. De omstandigheden verslechterden maand na maand. De Verenigde Naties verklaarden Srebrenica in 1993 tot veiligheidgebied, erkend door de groeiende humanitaire crisis. Vredeshandhavers uit Nederland werden ingezet. Hun missie was om burgers te beschermen. Voor veel gezinnen werden die blauwe VN-helmen symbolen van hoop. Mensen geloofden dat de internationale gemeenschap hen zou beschermen. Ze geloofden dat ze veilig waren. In juli 1995 stortte die hoop in. De strijdkrachten van het Bosnisch-Servische leger, onder commando van Ratko Mladic, staken richting de stad op. De lichtbewapende VN-vredeshandhavers konden hen niet tegenhouden. Duizenden doodsbange burgers vluchtten naar de Nederlandse vredesbasis in Potocari. Ouders droegen bange kinderen. Grootouders deden hun best om bij te blijven. Velen geloofden dat als ze de VN-basis maar konden bereiken, ze zouden overleven. Maar er was niet genoeg ruimte. Duizenden bleven buiten de poorten staan, wachtend, hopend, biddend. Terwijl de Bosnisch-Servische troepen Srebrenica binnenvielen, werden gezinnen gescheiden. Vrouwen en jonge kinderen werden op bussen geplaatst. Velen geloofden dat ze gewoon geëvacueerd werden. De mannen en tienerjongens, sommigen zo jong als 15, werden weggevoerd. Velen werd verteld dat ze alleen maar verhoord werden. Anderen probeerden wanhopig door de bossen te ontsnappen. Weinig mensen begrepen wat er op het punt stond te gebeuren. In de dagen die volgden, werden meer dan 8.000 Bosniak-mannen en jongens systematisch vermoord. Velen werden geëxecuteerd in velden, magazijnen, scholen en afgelegen plaatsen in de omliggende natuur. Om de misdaad te verbergen, werden veel lichamen later met zware machines naar secundaire massagraven verplaatst. Gezinnen die naar geliefden zochten, zouden jaren lang proberen om verspreide resten te identificeren, zelfs vandaag de dag. Sommigen worden nog steeds gevonden. De schaal van de moorden schokte de wereld. In latere jaren onderzochten internationale rechtbanken enorme hoeveelheden bewijs, getuigenverklaringen, militaire documenten, forensische onderzoeken, satellietbeelden, DNA-analyse. De conclusie die zowel het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië als het Internationaal Gerechtshof bereikte, was dat de massamoord in Srebrenica genocide vormde. Verschillende hoge militaire en politieke leiders werden veroordeeld voor hun rollen in de misdaden. Gerechtigheid kwam langzaam. Voor veel gezinnen kon het nooit echt herstellen wat was verloren. De Nederlandse vredeshandhavers zelf werden het onderwerp van pijnlijke debatten. Veel overlevenden vroegen zich af waarom de Verenigde Naties niet in staat waren geweest om degenen te beschermen die ze hadden beloofd te verdedigen. De soldaten ter plekke waren lichtbewapend, in de minderheid, en opereerden onder strikte regels. Sommigen hebben betoogd dat ze in een onmogelijke positie werden geplaatst. Anderen geloven dat de internationale gemeenschap veel eerder ha