Balkans-09-The People of the Balkans (Nederlands)
▶ Watch on StoryloVoordat we de geschiedenis beoordelen, moeten we eerst de mensen begrijpen die deze hebben geleefd. Voordat we onze reis voortzetten, is het de moeite waard om even stil te staan. In de afgelopen acht hoofdstukken hebben we meer dan 2.000 jaar geschiedenis doorkruist. Rijken zijn opgekomen en ten onder gegaan. Grenzen zijn talloze keren veranderd. Nieuwe naties zijn verschenen, terwijl oude zijn verdwenen. Maar misschien is de grootste uitdaging bij het begrijpen van de Balkan niet het herinneren van de data, maar het begrijpen van de mensen. Wie zijn de Serviërs? Wie zijn de Kroaten? Wie zijn de Bosniakken? Waarom spreken sommige buren zeer vergelijkbare talen, maar volgen ze verschillende religies? Wie waren de partizanen? Wie waren de Chetniks? En wat betekende het werkelijk om Joegoslavisch te zijn? Voordat we de donkerste jaren van de 20e eeuw binnengaan, moeten we eerst de mensen begrijpen wiens levens door die gebeurtenissen zijn gevormd. Het woord Slav beschrijft een brede familie van volken die voornamelijk met elkaar verbonden zijn door taal en culturele wortels. In heel Europa zijn er vele Slavische volkeren: Russen, Polen, Tsjechen, Slowaken, Oekraïners, Bulgaren, Serviërs, Kroaten, Slovenen, Macedoniërs, Montenegrijnen en anderen. Degenen die in de Balkan wonen, worden vaak beschreven als Zuid-Slaven. Dit betekent niet dat ze één enkel volk zijn. Het betekent dat ze linguïstische en historische verbindingen delen, net zoals verschillende takken van een familie voorouders kunnen delen terwijl ze hun eigen afzonderlijke identiteiten ontwikkelen. Onder de Zuid-Slaven waren er Serviërs, Kroaten, Slovenen, Bosniakken, Montenegrijnen en Macedoniërs. Velen spraken nauw verwante talen. Velen leefden generaties lang naast elkaar. Toch had de geschiedenis hen verschillend gevormd. De Serviërs waren overwegend oosters orthodoxe christenen, met diepe herinneringen aan middeleeuws Servië, Ottomaanse heerschappij en de lange strijd om onafhankelijkheid. De Kroaten waren overwegend rooms-katholiek, historisch dichter verbonden met Centraal-Europa en de Habsburgse wereld. De Slovenen waren ook overwegend katholiek, gevormd door het leven binnen de Oostenrijkse landen en dichter bij de Alpen dan bij de Ottomaanse grens. De Bosniakken waren overwegend moslims. Dit is vooral belangrijk om te begrijpen. Bosniakken zijn niet gewoon Turken die zich in Bosnië hebben gevestigd. De meesten zijn Zuid-Slaven wiens voorouders tijdens eeuwen van Ottomaanse heerschappij zich tot de islam bekeerden. Ze spraken dezelfde of zeer vergelijkbare talen als hun orthodoxe en katholieke buren. Ze deelden dezelfde bergen, rivieren, markten en steden, maar hun religieuze identiteit gaf hen een distinctieve historische ervaring. Montenegrijnen waren overwegend orthodoxe christenen, nauw verbonden met de Servische geschiedenis, maar met hun eigen bergtradities en een evoluerende nationale identiteit. Macedoniërs waren ook overwegend orthodoxe christenen, met hun eigen taal, geschiedenis en identiteit die gevormd werd door de kruising van Servische, Bulgaarse, Griekse en Ottomaanse invloeden. De Balkan was daarom geen eenvoudige kaart van aparte volkeren die netjes gescheiden leefden. Het was een mozaïek. Dorpen konden gemengd zijn. Steden konden kerken, moskeeën en synagogen binnen loopafstand van elkaar bevatten. Families handelden samen. Kinderen speelden samen. Buren woonden elkaars vieringen bij en rouwden om elkaars verliezen. Gedurende lange periodes was samenleven een onderdeel van het gewone leven. Maar identiteit op de Balkan was nooit alleen persoonlijk. Het werd ook gevormd door rijk, door religie, door herinnering, door verhalen die door families werden doorgegeven, door wie het land bestuurde, en door wie mensen geloofden het meest geleden te hebben. Dit is waarom de oprichting van Joegoslavië na de Eerste Wereldoorlog zo'n ambitieus idee was. Het woord Joegoslavië betekent land van de Zuid-Slaven. Het werd niet opgericht als het thuisland van